Beijing

Beijing is een schitterende afsluiter geworden. Ik heb lang getwijfeld welke versie van de Transsiberië ik zou volgen, de originele naar Vladivostok of de Transmongolië naar Beijing. Alle blogs, reisgidsen en websites die ik vooraf gelezen had, adviseerden om de Transmongolië te doen. Zelfs onderweg, mede door de vele toeristen op de trein (wat ik natuurlijk zelf ook ben), heb ik nog getwijfeld aan mijn keuze. Vandaag, na een weekend in Beijing, ben ik zeer blij met mijn keuze.
Alle gruwelverhalen en vooroordelen over China en de Chinezen blijken te kloppen. Er zijn heel veel Chinezen. Klopt als een bus. De hele stad wriemelt, zwermt, krioelt, … het is één grote mierennest maar op een of andere manier is het ook zeer relax, ik voel mij midden die massa meer zen dan in het Boedhistisch klooster van Ulanbataar. De Chinezen zijn onbeleefde boeren. Er zullen best wel Chinezen zijn die boer zijn en ze laten er ook regelmatig één, maar onbeleefd heb ik ze niet meegemaakt. Ze roepen, krijsen, kijven en tieren tegen mekaar dat het een lust is, maar als ik mijn stadsplannetje boven haal dan staan er onmiddelijk drie klaar om te helpen. Ik vond de mensen hier heel vriendelijk en sympathiek. Net zoals in Ulanbataar werd ik regelmatig aangestaard, vooral kinderen vinden zo’n lange, lompe westerling blijkbaar heel interessant. Als je daar dan op reageert met een Ni Hao (hallo) of door eens te zwaaien dan reageren ook de ouders onmiddellijk, de kleine pagadder moet dan gaan poseren voor de camera van de lange meneer en ze willen vooral zelf een foto van hun kleuter met die rare meneer. Ik heb hier meer geposeerd dan de voorbije tien jaar …
De Chinezen rochelen en fluimen. Klopt ook. Nu heb ik zelf ook regelmatig last van slijmpjes en soms moet je die nu eenmaal kwijt, bij ons is dat vaak een beetje gênant. Hier kan ik vrolijk mijn gang gaan, niemand kijkt er ook van op. Toch maar terug een beetje aanpassen vanaf dinsdag.
China is vuil. Klopt gedeeltelijk. Sowieso heb ik maar een heel, heel klein stukje China gezien maar het historisch stadscentrum, de metro, de parken, ja zelfs de openbare toiletten liggen er heel netjes bij. De Hutongs en de restaurants zijn een ander paar mouwen, die liggen er inderdaad goor en vuil bij, maar de Hutongs zijn misschien net daardoor zo gezellig en als je tafel proper gemaakt is smaakt het eten heerlijk. De jas van de kok kan je beter niet bekijken en de levende kikkers, uier, ingewanden, kippenpoten en meer dan dat soort delicatessen heb ik aan mij laten voorbijgaan.
De luchtkwaliteit is dramatisch slecht. Daar kan ik weinig over zeggen. Zaterdag en zondag vond ik het heel goed meevallen, het was dan ook weekend en dus was er minder verkeer. Vrijdagmiddag heb ik wel een paar uur met lichte hoofdpijn en een rare smaak in de mond rondgelopen, de smog zou daar wel de oorzaak van kunnen zijn. Ik heb trouwens opgemerkt dat hoe modieuzer de dames gekleed zijn, hoe groter de kans op zo’n monddoekje is. De monddoekjes zelf bestaan trouwens zelf ook in zeer modieuze kleuren, inclusief exemplaren waar de neusgaten en de mond uitgeknipt is (????).
De Hutongs zijn de volkswijken rond het historisch centrum (the second ring), zo’n beetje wat het Patershol was voor Gent en de Marollen zijn voor Brussel. Deze wijk is wel net iets groter, in de Hutongs alleen wonen 1.000.000 mensen. In de volledige stad wonen officieel 23.000.000 mensen. De Hutongs bestaan uit hele smalle straatjes waar allemaal ‘courtyards’ (hoe zeg je dat in het Nederlands ?) op uitkomen, een soort kleine koertjes waar dan de huizen op uitkomen. Geweldig dus om in verloren te lopen. De Hutongs krioelen van het leven, overal wordt er gekookt en geroosterd, worden de meeste uiteenlopende spullen verkocht, wordt er thee gedronken, zitten mensen Mahjong te spelen, … De kleine huisjes hebben geen eigen toilet, ’s morgens zie je dus mensen in pijama op weg naar het openbaar toilet en op de terugweg gaan ze vlot in pijama een ontbijtje slurpen in het lokale restaurant. Dat ontbijt bestaat meestal uit een soort bouillon waar allerlei meel-toestanden in rond drijven.
Zaterdagmiddag heb ik voor een paar Euro een riksja met “chauffeur” gehuurd, de man sprak een beetje Engels en samen hebben we een uur door de Hutongs gefietst. Samen is dan wel letterlijk te nemen want gedurende een kwartiertje mocht ik, tot grote hilariteit van de Chinezen, ook met de riksja rijden, ik vond dat redelijk vlot gaan maar de eigenaar was minder overtuigd. De man toonde mij onder andere het huis waar Mao tijdens zijn studentenjaren had gewoond en legde het verschil uit tussen de “arme huizen” waar meerdere families in wonen, en de “rijke huizen” voor één familie. Overal wordt er verbouwd, vooral het betegelen van de gevels lijkt heel populair te zijn en dan nog allemaal met dezelfde tegeltjes … Volgens mijn chauffeur werden de verbouwingen gesubsidieerd door de overheid en werden de tegeltjes door de overheid geleverd. Ik was in Beijing op zaterdag en zondag, weinig van gemerkt, er werd gewoon doorgewerkt. De brave man toonde mij ook het huis van de zoon van de eerste minister,het huis van een paar BC’s (Bekende Chinees) en een paar “big bosses” zoals hij ze noemde. Midden de toch wel armtierige huisjes stonden inderdaad regelmatig volledig nieuwe, ommuurde huizen. Mooi dat de overheid de renovatie sponsort maar hopelijk verdrijft dit niet de oorspronkelijke bewoners. Een andere vergelijking met het Patershol in Gent ?
De chauffeur was een heel aangename kerel maar zoals in alle grootsteden is ook het oppassen geblazen als ze al te vriendelijk worden. Ik had heel duidelijk met hem onderhandeld over de prijs bij het vertrek, maar blijkbaar wilde hij toch nog een paar procentjes rapen. Na een half uurtje stoppen we bij een theehuis waar we gratis thee konden drinken. Heel vriendelijke dame die inderdaad gratis en met alle mogelijke egards verschillende soorten thee zette. Betalen voor de thee was uit den boze, maar ik werd natuurlijk wel verzocht om een paar honderd gram thee te kopen voor thuis. Geen probleem, is ook een leuk souvenir. Daarna wou hij nog stoppen in een restaurant, een koffiehuis en een winkel. Goed geprobeerd en als kleinzoon van een marktkramer kan ik enige koopmansgeest best appreciëren maar … met alle Chinezen maar niet met den dezen. Achteraf bleek dat ik ongeveer drie keer te veel had betaald voor de thee.
Op zondagochtend was ik om 8h00 bij de ‘Tempel van de Hemel’ (Tian Tan), achteraf bleek het 7h00 te zijn want ook in China ging zaterdagnacht het winteruur in, gelukkig moet ik op werkdagen niet zo vroeg aanwezig zijn … Het tempel-complex werd door de voormalige keizers van China (ik denk Ming-dynastie) gebruikt om een paar keer per jaar de hemel te aanbidden en vruchtbaarheid over de aarde af te roepen. De tempels liggen in een park van maar liefst 267 hectare (ik zei al dat groot hier een andere dimensie heeft). Prachtige tempels, mooie interieurs en een paar interessante, kleinere musea. Na de tempels ben ik afgedwaald in de rest van het park en dat was ronduit schitterend. Overal in dat gigantische park waren mensen aan het sporten, bewegen, musiceren, dansen, wandelen, … echt onwaarschijnlijk mooi om te zien. Ik heb de rest van de voormiddag door dat park gewandeld en bewonderd wat al die mensen daar aan het doen waren. Oude mannetjes (70 +) waren gymnastiek-oefening aan het doen waarbij ik gegarandeerd mijn rug breek, anderen waren heel eenvoudige oefeningen aan het doen maar echt iedereen was aan het bewegen, van de meeste moeilijke tot de meest eenvoudige oefeningen. Tai Chi, Kung Fu en alle andere Chinese klassiekers als badminton en tafeltennis werden volop beoefend.
Wie niet aan het bewegen was, was aan het zingen of aan het dansen. Er was onder andere een groep van wel 50 mensen, onder begeleiding van een dirigent a cappela liedjes aan het zingen. Duidelijk geen georganiseerd koor want voorbijgangers sloten gewoon aan voor een paar liedjes en gingen dan verder, maar zéér zéér mooi. Op verschillende pleintjes werd er muziek gespeeld en werd er ook volop gedanst, van die muziek waar je bij de Chinees om de hoek helemaal zot van wordt maar hier pastte dat wonderwel bij de omgeving, kippenvel. Ik ga mijn enthousiasme beetje inperken of ik blijf doorgaan, schitterende tempels maar het leven in het park vond ik vele malen interessanter. Oh ja, er waren ook nog vliegeraars, mensen met speciale diabolo’s, iemand die rare dingen deed met een grote zweep, Mahjong-spelers, …
In de namiddag dan Tienanmen bezocht, mausoleum van Mao was maar open tot de middag dus dat heb ik gemist. Ik heb dus Lenin, Mao en de kameel gemist. Dat laatste vind ik jammer, de twee andere kunnen mij gestolen worden. Ik heb in Rusland genoeg geleuterd over geschiedenis dus ik zal het nu kort houden. Blijkbaar is de verering van leidersfiguren in dit soort contreien recht evenredig met het aantal eigen mensen wat je kapotgemaakt hebt. Belachelijk hoe Mao hier nog vereerd wordt, ook al had hij volgens de huidige partijlijn maar voor 70% gelijk. Ik ben dan maar gestopt op de plaats waar in 1991 die ene dappere Chinees een kolonne tanks tegen hield. Hier geen standbeeld of wat had je gedacht. Mijn riskja-chauffeur (52 jaar) durfde het wel aan om voorzichtig mee te geven dat hij Mao niet leuk vond.
Ik heb verder de verboden stad bezocht (keizerlijk paleis), de Bell Tower, de Drum Tower , Jingshan Park en nog een paar poorten van hemelse vrede, gelukzaligheid en andere deugden. Die zijn allemaal op hun eentje al de moeite waarde om te bezoeken. De verboden stad is met zijn 70 hectaren en 8700 kamers onvergelijkbaar met wat ik tot nu toe ooit gezien heb. Zeer indrukwekkend en ik heb nog gepast voor de uitstappen naar de Chinese Muur en het Zomerpaleis. Mijn hoogtepunten in Beijing waren echter de Hutongs het Tian Tan Park, maar dat zal aan de aard van het beestje liggen.
Het zal intussen wel duidelijk zijn dat ik redelijk enthousiast ben over Beijing en dat is zacht uitgedrukt, ik vind dit een onwaarschijnlijk boeiende en mooie stad en als ik kans heb wil ik hier graag met z’n tweetjes terugkeren. Als mijn verhaal aanstekelijk zou werken, breng wel zeer degelijke wandelschoenen mee, ik heb zondag zoveel mogelijk afstand met de metro gedaan maar ’s avonds stond mijn teller wel op 34.000 stappen, dat moet toch minstens 17 km zijn.
Wel raar dat hoe leuker het is, hoe harder je de mensen thuis gaat missen, tijd om naar huis te gaan dus.
Vorige pagina
Eastbound
Volgende pagina