Onderweg

De laatste treinrit zit er op, na 16 dagen en bijna 12.000 km is Beijing het eindstation.   Zelf ben ik al 16 dagen waar ik wou zijn, onderweg.

De laatste 27 uren trein zitten er dus op.   Bij het vertrek in Ulanbataar werd ik nog geconfronteerd met de wraak van Oranje.  Ik had blijkbaar een beetje te veel gelachen met mijn Nederlandse vrienden en als straf werd ik nu omsingeld door Nederlanders.  Ongeveer de helft van de wagen waren Nederlanders, eens de trein goed en wel vertrokken bleken de concrete aantallen wel mee te vallen, er zaten in totaal 6 Nederlanders in de wagon.   Hoe kan het toch dat ik me daar zo op verkeken had …

Leuk om te zien is dat heel wat mensen op deze laatste etappe mekaar ontmoeten.   Heel veel mensen doen hetzelfde traject maar hebben andere stopplaatsen ingepland.   Ik loop Trevor, Jim, Roy, Ed en Steph terug tegen het lijf maar overal zie je mensen die mekaar terug ontmoeten.  Roy sloft in pijamabroek door de trein maar  is nog altijd van plan om te trouwen.   Naast de oude bekenden zijn er ook babbels met Bruce uit Southern Arizona, Sue en Lizzy twee gepensioneerde flight attendants uit Florida, twee Brusselaars en Bas, Lynn en Emil met wie de coupé deel.

We zijn in Mongolië en dus is er een Mongoolse restaurant-wagon.   Die is helemaal gedecoreerd in Mongoolse stijl, maar als ik een ontbijt ga nemen klinkt er van die typische Italiaansse Pizzeria-muziek : Azzurro, L’Italiano, Non ho l’eta, Ti amo, …  alle klassiekers moeten er aan geloven.   Bizar en een beetje bevreemdend.   Wat al even bizar is zijn de prijzen in dit restaurant, ik betaal 29.000 Tugrik of ongeveer 15 Euro voor een ontbijt.   Naar Mongoolse normen onwaarschijnlijk duur, in Ulanbataar kon ik daarvoor minstens 2 keer uitgebreid gaan dineren.   Het heeft gesmaakt en die Tugriks moesten toch op, je raakt die nergens meer kwijt. 

Bij de tweede stop, Saynshand voor de geïnteresseerden, schijnt er een stralend zonnetje.   Dat heb ik in Siberië ook al meegemaakt maar éénmaal buiten blijkt het dan toch bitter koud te zijn, dus toch maar dikke jas aan en muts mee.   Verkeerde inschatting, we zijn intussen een stuk zuidelijker en de temperatuur is heel aangenaam, echt zo’n aangename herfstzon.   Dat stuk zuidelijker is dan ook vrij letterlijk te nemen.   Sedert Irkutsk zijn we ongeveer de afstand Brussel – Napels zuidelijker …Op de trein herhaalt zich verder de routine van de vorige treinritten.   Beetje lezen, beetje buiten kijken, babbeltje slaan, beetje bloggen, fotootje maken, wandeling op het perron bij de stops, biertje in de restaurant, …   Het gezelschap in de coupé valt iets minder mee dan de vorige keren, maar dat laten we niet aan ons hart komen.

Rond 18h00 bereiken we de grens van Mongolië en de komende 6 uur zal de trein welgeteld 21 km afleggen.   Die 6 uur gaan op aan formaliteiten aan de twee grenzen maar vooral aan het wisselen van het onderstel van de trein.   In China rijden we terug op dezelfde spoorbreedte als Europa.   Volgens mij heeft dat in Brest (Wit-Rusland) ongeveer 1,5 uur geduurd, de Chinezen doen er meer dan 4 uur over en de hele operatie gaat gepaard met eindeloos toeteren van de lokomotieven en veel schudden en schokken, van slapen komt er dus voor 24h00 niet veel in huis.  Als we éénmaal terug vertrokken zijn, besluit mijn Noorse buur een feestje te gaan bouwen in de coupé naast die van mij.   Als het nu nog een sympathieke kerel was geweest, dan was ik gewoon mee gaan fuiven , maar het is ongeveer de grootste eikel die ik op de hele reis ben tegengekomen.  Alleen al het geluid wat hij produceert, echt zo’n kerel die denkt dat hij perfect Engels spreekt als hij maar hard genoeg zijn best doet om te klinken als een redneck uit Texas.   Mijn lontje wordt blijkbaar korter …
Het eerste deel van de rit krijgen we hetzelfde golfende landschap als voor Ulanbataar, een paar uur later doorkruisen we de Gobi-woestijn.   We rijden uren en uren door dorre, zanderige grasvlakten.  Honderden kilometers absoluut niks, gras, gras, gras, … en om de vijftig kilometer een Ger, een paar koeien en een kudde schapen en één kameel.  Als er ergens een landschap volledige leegte uitdrukt dan is het hier wel.   Het absolute niets maar dat desolate heeft ook wel iets heel mooi.

Ik had iedereen verwittigd dat er op 733 km een poeltje water was waar af en toe kamelen gesignaleerd werden.  Ik wist dat Guido, omdat het in mijn reisgids stond hé …  De kameel stond er, bijna iedereen had hem gezien, er was er eentje met iets anders bezig, ikke dus.

Vrijdag 11h00 bereiken we dan Beijing, deze keer definitief afscheid nemen van een aantal mensen en op zoek naar een chauffeur om in het hotel te geraken.  Op weg naar het hotel krijg ik mijn eerste indrukken van Beijing.   Het eerste deel gaat door een typische stationsbuurt en een zakenwijk (denk ik), naarmate we het stadscentrum naderen wordt het verkeer drukken en verandert ook de aanblik van de stad.   Op een bepaald moment zit het verkeer helemaal vast en de chauffeur maakt duidelijk dat ik vlak bij mijn hotel ben en beter kan gaan lopen.   Ik verlaat de hoofdweg en volg het plannetje van de chauffeur door een aantal kleinere straatjes naar het hotel.  Ik ben een half uur in Beijing en ik ben helemaal verkocht, ik vind het nu al geweldig.   Ik probeer om tegen zondagavond een en ander te omschrijven maar voorlopig kom ik niet verder dan overweldigend en sprakeloos.

Vorige pagina
Eastbound
Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com