Chinggis Kahn

Het begint een beetje routine te worden. Wakker worden op de trein, inpakken, uitstappen (vrij essentieel onderdeel) en opgepikt worden voor een aansluitende autorit. Deze keer ging het vanuit Ulan Bator richting Terelj National Park waar deze keer geen hotel maar een tent geboekt was.
Ulan Bator heeft, na een eerste indruk, meer weg van een bouwwerf dan van een historische stad. Overal, maar werkelijk overal, worden er nieuwe torenflats neergezet, overal zie je bouwkranen, stellingen, betonmolens af en aan rijden. Blijkbaar een stad in volle evolutie.Na een paar kilometer vermindert de dichte bebouwing maar toch blijf je bouwwerven zien, nu geen torenflats meer maar woonblokken, vaak alleenstaande huizen en kleine appartementen binnen een hoge omheining. Meer en meer natuur maar voorlopig nog ontsierd door al die bouwwerven en vooral door heel veel zwervuil.
Na een 40-tal kilometer rijden we door een tolpoort het nationaal park binnen. Mijn beeld van nationale parken verwacht dan ongerepte natuur maar de bouwwerven worden nu vervangen door de Ger-tentenkampen, de vallei waar we doorrijden is bezaaid met een soort campings bestaande uit de traditionele Mongoolse tenten. Daar gaat mijn beeld dat ik een nacht zou doorbrengen bij een lokaal gezin in de volstrekt ongerepte natuur. Dat zal dan wel mijn naiëve ik geweest zijn. De Mongolen willen duidelijk de natuur te gelde maken bij de toeristen en wie kan hen ongelijk geven. Hopelijk met het nodige respect voor die natuur en dat lijkt voorlopig beperkt het geval, overal langs de weg liggen plastic zakken, pet-flessen, glazen flessen, autobanden, … In op dat vlak, in Italië bijvoorbeeld, echt wel wat gewoon maar dit slaat alles.
Ik wordt een 40-tal kilometer verder gedropt aan het tentenkamp waar ik de dag en de nacht mag doorbrengen. Deze “camping” wordt uitgebaat door een gezin met een klein dochtertje, er is een Engelstalige dame (Khulan) aanwezig die voor een Mongools reisagentschap werkt én er zijn nog 4 andere gasten. Ik heb ze zondag nog vernoemd, we zitten op een soort camping en jawel daar zijn ze, 4 tegelijk, de Hollanders. Voor het eerst in bijna twee weken dus een babbel in het Nederlands en waar kan die anders over gaan dan over het EK voetbal … Sorry Stijn, Hans, Joost, Sjoerd, … en al die andere Nederlandse vrienden, jullie weten dat ik jullie met veel liefde graag beetje jen (om eens een mooi Hollands woord te gebruiken).
De dochter van het gezin (Daktsja) is een schatje maar heel verlegen. Na haar “omgekocht” te hebben met een kleine matroesjka (één souvenir minder) mag ik toch een foto maken en slaag ik toch een beetje in mijn opdracht van Bie om foto’s van kindjes te maken.
Voor de middag ben ik op mijn eentje een goeie drie uur de bergen in getrokken. De bergen in trekken is een beetje overdreven, ik heb een stevige wandeling gemaakt. De eerste kilometer ging over een breed jeep-pad en ook daar lag er nog heel wat zwerfvuil, dan kleiner paadje genomen en toen verdween het vuil en waren er enkel nog de schitterende bergen en heuvels. Ik zit hier op ongeveer 1500 m hoogte maar veel hoger lijkt het niet meer te gaan. Regelmatig kom ik kleine groepjes koeien tegen (zonder bel hier) en wat later ook een grote kudde geiten en schapen begeleid door een hond en een herder te paard. Ik ben opgelucht dat er een herder bij is want de reisgids had al gewaarschuwd voor agressieve honden in Mongolië en toen ik vertrok had ook Khulan mij aanbevolen om naar het Zuiden te wandelen, net omdat er aan de Noordkant een vakantiekamp was met agressieve honden (en ik had zowaar eens goede raad opgevolgd). De hond is echter druk bezig met het uit mekaar trekken van wat vermoedelijk ooit een geit was en acht die gekke (en intussen taaie) Belg geen blik waardig. De herder komt even goeiendag zeggen, tenminste dat vermoed ik maar het klinkt in ieder geval vriendelijk en hij poseert ook stoer voor een foto.
In de namiddag hebben de vier andere gasten een tochtje met een paard geregeld. Ik kan me aansluiten voor de prijs van amper € 2,5 en besluit dat te doen. Ik zie me zelf al als een echt Chinggis Kahn door de woeste Mongoolse steppen galopperen, ik vergeet dan maar even dat ik nog nooit op een paard heb gezeten … Rond 15h00 komt onze begeleider er aan met een vijftal woeste hengsten, in werkelijkheid gaat het natuurlijk om 5 ouwe knollen, eigenlijk meer XXL-poney’s waar dan 5 veel te lange slungels uit de Lage Landen opgezet worden. We doen stapsvoets een ritje tussen de “campings” en na een uur zijn we terug. Het galopperen door de Mongoolse steppen was dus niet meer dan een kermisattractie maar ik heb wel op een hengst door de steppe gereden.
Bij onze terugkeer heeft de man van het gezin de tent warm gestookt. In het midden van de tent staat een heel klein kacheltje maar dat verwarmt de tent wel tot bijna sauna-temperaturen. Er wordt heel kort en heel krachtig een kolenvuur in aangemaakt en daarna laat men de kachel gewoon uitgaan en wordt het stilletjes terug kouder. Om 18h00 wordt er samen met de familie gegeten. Lekker bordje rauwkost en een soort ravioli of dim sum met rundsvlees. Lekker ! Na het eten is het stikkedonker en valt er niet veel meer te doen dan bij een klein peertje in de tent te lezen, muziek te luisteren en beetje te bloggen. Sterren kijken zou ook kunnen maar het is bewolkt, gelukkig maar …
Om 20h00 heeft de tent net een aangename slaaptemperatuur maar komt de man (sorry maar ik weet echt niet hoe die kerel heet en Khulan noemt hem steevast ‘the man’) nog eens langs om de kachel aan te maken. Ik maak hem met handen en voeten duidelijk dat ik dat liever niet heb en dat ik wel een extra dekentje zal gebruiken. Hij druipt af met een gezicht vol onbegrip. Het is mij ook in Siberië opgevallen dat het buiten dan wel heel koud kan zijn, maar binnen hebben ze het graag hééél warm. Los daarvan heb ik wel het gevoel dat ik zijn maatje ben, waarschijnlijk vooral omdat zijn hond niet blaft naar mij en aanhankelijk is (‘the man’ weet niet dat ik het beest een stuk salami gegeven heb) en omdat ik zijn dochter een cadeautje heb gegeven. Die twee zijn echt onafscheidelijk, zelfs ’s avonds trekt ze mee met papa door de kou, echt mooi om te zien. Op een bepaald ogenblik was de papa alleen weg en stond het dochtertje tranen met tuiten te wenen voor de deur van haar tent.
Het wordt ’s nachts echt wel zeer koud en om 6h00 komt ‘the man’ terug langs (zonder dochter deze keer) om de kachel aan te steken en deze keer is dat meer dan welkom.
Ik deed dan wel een beetje meewarig over de camping maar dit jonge gezin woont wel degelijk het jaar rond in een Ger-tent. De temperatuur zakt ook hier in de winter tot ruim onder de -30°. Respect.
Ook de natuur is ronduit schitterend, de weg er naartoe was minder mooi maar als je klein beetje verder de bergen intrekt is het ongelofelijk mooi.
Vorige pagina
Eastbound
Volgende pagina